De geschiedenis van boerderij Kolhoop

We gaan terug naar de 17e eeuw. In de buurtschap Elsenerbroek, daar waar zich de zijtak van de Kolhoopsdijk afsplitst, ligt het erve dat bij de volkstelling van 1748 de “Grote Colhoopsplaatse” wordt genoemd. De naam Colhoop wordt in het Elsener markeboek voor het eerst genoemd in een holtingverslag van 4-9-1637. In dit verslag wordt onder andere vermeld dat een Lubbert Colhoop ‘zonder vergunning van de Holtrigter, Erfgenamen en Huisluiden’ in de marke heeft getimmerd.’

De hieruit voortgekomen getimmerde boerderij is tot 1900 in het bezit geweest van de nazaten van Lubbert Colhoop. Afgaande op een inscriptie op een gevelsteen in de voormuur met de initialen M.O. (Marten Oink) en I.M. (Jenneken Meyer) en het jaartal 1792, moet in het genoemde jaar door Marten het kapitale dwarshuis aan de woning zijn gebouwd. Getuige de sluitsteen in de nienboogdeur aan de achtergevel werd het erve in 1870 wederom bewoond door een Marten Colhoop.

De zoon van deze Marten Colhoop heeft al de bezittingen van zijn vader verkwanseld. Nadat hij rond 1900 de boerderij in een dronken toestand “voor een appel en een ei” verkocht bleek te hebben aan Fredrik Boswinkel (Luch-Fredrik) en zijn vrouw Fredrika Johanna ter Horst, zou hij naar de Limburgse mijn zijn vertrokken. Nadien heeft niemand meer iets van hem gehoord of gezien. Naar verluid heeft Marten Kolhoop nog enige tijd gewoond in een schuur in het bos. Deze schuur staat nog op het landgoed.

In de familie Boswinkel is de boerderij wederom van vader op zoon vererfd. Tot zijn overlijden in april 2005 heeft de oudste kleinzoon Johan Boswinkel het agrarisch bedrijf in de boerderij uitgeoefend.

Waar nu onze gasten logeren stonden tot voor een aantal jaar terug nog de koeien op stal of lag het hooi op de zolder.
Image